nieuws

Versoepeling fiscale regeling deeltijdpensioen

september 2011

Om de mogelijkheden voor (gedeeltelijk) vervroegde pensionering in combinatie met (gedeeltelijk) doorwerken te verbeteren, zal voortaan bij het ingaan van een pensioen op 60-jarige of latere leeftijd niet meer worden getoetst of men in arbeidsinkomen achteruit gaat. Dit staat in een besluit van Financiën op 7 september in de Staatscourant heeft gepubliceerd en direct ingaat.

Tot voor kort was de regeling dat als iemand vervroegd met (deeltijd) pensioen ging, de economische activiteiten dienovereenkomstig dienden te verminderen. De achtergrond hiervan is dat een ouderdomspensioen een inkomensvoorziening is om verlies van arbeidsinkomsten op te vangen. Onder die voorwaarde zijn de aanspraken op ouderdomspensioen (of prepensioen, vroegpensioen en overbruggingspensioen) vrijgesteld.

Als een werknemer zijn pensioen vervroegd laat ingaan zonder dat hij er in arbeidsinkomen op achteruitgaat, voldoet de fiscale faciliteit niet meer aan die doelstelling en wordt de gehele aanspraak op de vervroegde ingangsdatum belast (art. 19b lid 1 Wet LB 1964). In de uitvoeringspraktijk is echter gebleken dat dit belemmerend werkt bij flexibele invulling van (gedeeltelijk) vervroegd uittreden in combinatie met doorwerken in deeltijd en/of demotie. Ook kon die regeling leiden tot ongelijke behandeling van tot 2006 opgebouwde rechten op prepensioen, vroegpensioen en overbruggingspensioen. Niet in alle gevallen zijn die rechten omgezet in een ouderdomspensioen ingaande op 65 jaar, maar bleven ze ongewijzigd in stand. In de situatie van vervroegd (deeltijd)pensioen in combinatie met arbeidsinkomsten kon hierdoor een ongelijke behandeling ontstaan van materieel gelijke gevallen. De staatssecretaris keurt daarom nu goed dat bij een vervroeging van het pensioen tot 60-jarige of latere leeftijd voortaan niet zal worden getoetst of de economische activiteiten dienovereenkomstig worden verminderd. Bij een vervroegde ingangsdatum van de pensioenuitkeringen vóór het bereiken van de 60-jarige leeftijd blijft wel toetsing plaatsvinden aan de voorwaarde dat het pensioen slechts kan worden vervroegd voor zover de werknemer dienovereenkomstig in arbeidsinkomsten achteruitgaat.

Bron: Ministerie van Financiën

nieuws