De uren die een lichttechnicus onbetaald werkte om zijn naamsbekendheid te vergroten, tellen volgens Hof Leeuwarden mee voor het urencriterium. De werkzaamheden zijn verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming.
In 2001 heeft een belastingplichtige zijn eenmanszaak bij de Kamer van Koophandel ingeschreven. De ondernemersactiviteiten bestaan uit het installeren en verzorgen van licht bij optredens van muziekgroepen of theaterproducties. Vanaf 2002 heeft de lichttechnicus met betrekking tot deze werkzaamheden winst uit onderneming aangegeven in zijn IB-aangifte.
In 2006 ondersteunt de man onder andere een band op het gebied van verlichting. Uit een achteraf opgemaakt urenoverzicht blijkt dat lichttechnicus in 2006, naast een fulltime baan, 1.231 uur aan zijn onderneming heeft besteed. Van deze uren hebben 300 betrekking op werkzaamheden die hij voor de band op diverse bruiloften en het carnaval heeft verricht. Voor die uren heeft de lichttechnicus geen vergoeding in rekening gebracht of gekregen. Voor werkzaamheden voor andere optredens van de band in 2006 heeft de technicus wel bedragen in rekening gebracht en ontvangen. De bandleider legt een verklaring af die overeenkomt met de geschetste situatie. De lichttechnicus claimt in zijn aangifte IB 2006 zelfstandigenaftrek. De inspecteur is het hier niet mee eens omdat de 300 onbetaalde uren volgens hem niet mogen worden meegerekend.
Rechtbank Leeuwarden en vervolgens Hof Leeuwarden zijn het met de lichttechnicus eens. Beide gerechten achten aannemelijk dat de man in 2006 onbetaalde werkzaamheden heeft verricht voor de band. Volgens het hof had de lichttechnicus een zakelijk belang bij de verrichte en onbetaalde werkzaamheden voor de band omdat deze hem (meer) naamsbekendheid gaven. Ook kon hij hierdoor ervaring opdoen als lichttechnicus, wat weer resulteerde in het verwerven van nieuwe en grotere opdrachten. Dit laatste is volgens de technicus ook daadwerkelijk gebeurd. Dat de omzet na 2006 geen stijgende lijn vertoont hoeft daarbij geen beletsel te zijn. Het aantal uren acht het hof aannemelijk gemaakt. De, weliswaar achteraf, opgemaakte urenstaten worden gesteund door de afgelegde getuigenverklaring van de leider van de band.
Bron: Hof Leeuwarde 18 augustus 2011 nr. 10/000284 (LJN: BR5323)