Binnen een fiscale eenheid kunnen verliezen onderling worden verrekend. Maar hoe zit dat met de verliezen als de fiscale eenheid wordt verbroken? Welke verliezen kunnen dan worden toegerekend aan de dochtermaatschappij en hoe? De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat in het jaar van verbreking op het aan de dochtermaatschappij toe te rekenen verlies alleen het positieve resultaat van de dochter tot aan de verbreking in mindering moet worden gebracht. Een en ander voor zover dit niet horizontaal is verrekend met een verlies van de holding in die periode.
Sinds 2003 kan een dochtermaatschappij bij ontvoeging uit een fiscale eenheid vennootschapsbelasting op verzoek een deel van de nog niet verrekende verliezen van de fiscale eenheid meekrijgen. Alleen de fiscale eenheidverliezen die zijn toe te rekenen aan de dochtermaatschappij kunnen worden meegegeven. Sinds de invoering van die regeling bestaat er onduidelijkheid over de manier waarop de toerekening van de verliezen moet plaatsvinden. En zeker in de situatie waarin een dochtermaatschappij in de loop van een boekjaar wordt ontvoegd. De Hoge Raad heeft op 13 mei 2011 meer duidelijkheid gegeven.
Casus
In de casus die voorlag vormden een moeder- en dochtervennootschap een fiscale eenheid vanaf 1 januari 2001 tot en met 31 augustus 2003. De fiscale eenheid verbrak door de verkoop van de dochtermaatschappij. Vaststond dat per 1 januari 2003 het bedrag aan verrekenbare verliezen van de fiscale eenheid € 838.525,– bedroeg, waarvan € 329.045,– toe te rekenen was aan de dochtermaatschappij. In juni 2003, derhalve gedurende de fiscale eenheid, schold de moedermaatschappij een schuld van € 603.540,– van de dochtermaatschappij kwijt. Het resultaat van de fiscale eenheid van 1 januari 2003 tot en met 31 augustus 2003 bedroeg € 94.363,– waarin een positief resultaat van de dochtermaatschappij ad € 125.123,– is begrepen. Belastingplichtige had verzocht om een bedrag van € 329.045,– aan compensabele verliezen aan de dochtermaatschappij mee te mogen geven.
Verliezen meenemen
Volgens de Hoge Raad dienen de mee te geven verliezen aan de dochtermaatschappij te worden bepaald op het moment van ontvoegen, waarbij rekening gehouden moet worden met het resultaat van de fiscale eenheid over de periode tot 31 augustus 2003. Dat betekende in casu dat het bedrag aan compensabele verliezen toerekenbaar aan de dochtermaatschappij van € 329.045,– verminderd moet worden met het positieve resultaat van de dochtermaatschappij voor zover dit nog niet horizontaal is verrekend met een verlies van de moedermaatschappij in de periode 2003. Per saldo mag een bedrag van (€ 329.045,– -/- € 94.363,–) € 234.652 aan compensabele verliezen worden meegenomen door de dochtermaatschappij. Overigens had de genoemde kwijtschelding van de schuld van de dochtermaatschappij geen invloed op de hoogte van het mee te geven verlies.
Mocht u binnenkort een dochtermaatschappij verkopen of kopen uit een fiscale eenheid, houdt er dan rekening mee dat de resultaten van de fiscale eenheid tot het moment van ontvoegen van belang zijn voor het bepalen van de mee te geven verliezen aan de te ontvoegen dochtermaatschappij
Bron: Hoge Raad 2010/01382