De afgelopen jaren is er veel bezwaar gemaakt tegen aftrekcorrecties, bijvoorbeeld op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA). Ondanks recente uitspraken waarin het BUA niet strijdig wordt geacht met de BTW-richtlijn, kan het nog steeds zinvol zijn om bezwaar te maken. Daarnaast geeft een arrest van de Hoge Raad aanleiding om bezwaar te maken tegen de correctie voor privé-gebruik van de auto van de ondernemer.
De Hoge Raad heeft op 29 oktober 2010 prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie over het privé-gebruik van de auto van door de ondernemer. Nederland heeft bij de inwerkingtreding van de Zesde (BTW) Richtlijn gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘standstill bepaling’. Deze bepaling houdt in dat Lidstaten aftrekcorrecties mogen handhaven die golden tot 1 januari 1979. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat de aftrek niet verder mag worden beperkt. Omdat de forfaitaire aftrekcorrecties diverse malen wijzigingen hebben ondergaan, waardoor ondernemers méér aftrek moeten corrigeren dan vóór 1 januari 1979, kan het standpunt worden ingenomen dat de aftrekcorrectie privé-gebruik in strijd is met de Europese BTW-wetgeving dan wel dat de correctie niet meer mag bedragen dan 12% x 20% x de cataloguswaarde (dit is de correctie zoals die gold op 1 januari 1979).
U kunt binnen 6 weken na het indienen van de BTW-aangifte waarin u het privé-gebruik auto heeft aangegeven bezwaar maken tegen de eigen aangifte waarin de correctie voor het privé-gebruik is opgenomen als deze hoger is dan 12% x 20% x de cataloguswaarde. Let wel, het gaat slechts om een klein bedrag. Meestal worden alleen bezwaarschriften ingediend bij duurdere auto’s.
Aftrekcorrectie op grond BUA bij eigen bijdrage door personeel
Ondanks het feit dat het Europese Hof van Justitie het merendeel van de categorieën die worden genoemd in het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 niet in strijd acht met de Europese BTW-wetgeving, kan in bepaalde situaties nog steeds bezwaar worden gemaakt tegen de aftrekcorrectie op grond van het BUA. Op grond van het arrest Scandic van het Europese Hof van Justitie kan het standpunt worden ingenomen dat het BUA niet van toepassing is, indien het personeel een niet-symbolische eigen bijdrage betaalt voor verstrekkingen door de werkgever, zoals bijvoorbeeld een eigen bijdrage voor de auto van de zaak.
Het is aan te raden om binnen 6 weken na het indienen van de BTW-aangifte bezwaar te maken tegen de correctie privé-gebruik auto waarvoor een eigen bijdrage is betaald.
Bezwaar maken op grond van het arrest Scandic kan alleen indien de werkgever in iedere BTW-aangifte BTW heeft voldaan over de eigen bijdrage. Wordt de eigen bijdrage uitsluitend in de laatste BTW-aangifte verrekend met de BTW-correctie, dan is bezwaar maken niet mogelijk.
Aftrekcorrectie bij activiteit voor werkgever en werknemer heeft geen keus
Het Europese Hof van Justitie acht het merendeel van de categorieën die worden genoemd in het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 niet in strijd met de Europese BTW-wetgeving. Desondanks kan in bepaalde situaties nog steeds bezwaar worden gemaakt tegen de aftrekcorrectie op grond van het BUA. Op grond van het arrest Danfoss A/S van het Europese Hof van Justitie kan het standpunt kan worden ingenomen dat verdedigbaar is dat geen BUA-correctie plaats kan vinden als:
- verstrekkingen plaats vinden in het belang van de werkgever; én
- de werknemer geen keuze heeft. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan broodjes tijdens (lunch)vergaderingen.
Zolang de Hoge Raad geen arrest heeft gewezen, is het verstandig bezwaar te maken tegen de aftrekcorrectie over 2010 in díe gevallen dat de werkgever goederen verstrekt aan de werknemer in het belang van de werkgever én de werknemer geen keus heeft.
Aftrekcorrectie privé-gebruik auto werknemer
Uitgangspunt in het BUA is dat de aftrekcorrectie voor het privé-gebruik van de auto door werknemers wordt vastgesteld op basis van het werkelijk gebruik. Uit praktische overwegingen keurt de staatssecretaris echter goed dat de aftrekcorrectie voor het privé-gebruik van de auto van de werknemer wordt gedaan op basis van de forfaitaire methode. De gedachte is dat de forfaitaire methode het werkelijk gebruik zou moeten benaderen. Op basis van het zogenaamde Coffeng-rapport kan het standpunt worden ingenomen dat aftrekcorrectie op grond van de forfaitaire methode te hoog is en dat een aftrekcorrectie op grond van statistische gegevens het werkelijk gebruik van de auto van de zaak beter benadert.
Het ministerie van Financiën en/of de Belastingdienst moet nog een standpunt innemen over deze correctie op basis van statistische gegevens. Zolang hierover geen duidelijkheid is, kan bezwaar worden gemaakt tegen de correctie privé-gebruik op basis van de forfaitaire methode onder verwijzing naar het Coffeng-rapport. Correctie op grond van statistische gegevens is meestal pas voordelig bij grotere wagenparken.
De correctie op basis van de statistische methode kan soms een voordeel opleveren van € 300,– tot € 500,– per auto.
Kortom, het is in sommige gevallen nog steeds zinvol om bezwaar te maken tegen de correctie privé-gebruik auto bij een ondernemer en de BUA-correctie bij een werknemer.