nieuws

Afkoop van een lijfrente

september 2010

In het besluit van 10 mei 2010 heeft de minister van Financiën een aantal goedkeuringen gegeven met betrekking tot de zogeheten splitsingsproblematiek bij lijfrenten. In Belastingplan 2011 zijn deze goedkeuringen wettelijk vastgelegd.

Onbeperkte en beperkte saldomethode

Voor Brede Herwaarderingslijfrenten en Wet IB 2001-lijfrenten is in de huidige wettekst bepaald dat de onbeperkte saldomethode kan worden toegepast voor de jaren 2001 tot en met 2008. Voor Pre Brede Herwaarderingslijfrenten is echter geregeld dat de onbeperkte saldomethode toegepast kan worden voor de jaren 2001 tot en met 2009.

In het huidige wetsvoorstel wordt deze overgangsregeling voor Pre Brede Herwaarderings-, Brede Herwaarderings- en wet IB 2001-lijfrenten gelijk getrokken. De onbeperkte saldomethode kan worden toegepast op de in de jaren 2001 tot en met 2009 betaalde maar niet afgetrokken premies. Vanaf 2010 geldt dat de saldomethode alleen kan worden toegepast voor niet afgetrokken premies tot maximaal € 2.269 per jaar.

Afkoop lijfrente en toepassen saldomethode

De saldomethode kan op grond van de huidige wettekst alleen worden toegepast als van het (lijfrente)kapitaal een direct ingaande lijfrente wordt aangekocht. Bij de afkoop van een lijfrenteaanspraak moet de gehele waarde in de belastingheffing worden betrokken. Het huidige wetsvoorstel regelt nu dat ook bij afkoopsommen van lijfrenteaanspraken rekening mag worden gehouden met de niet afgetrokken premies. Tot en met 2009 geldt dat alle niet afgetrokken premies mogen worden meegenomen bij het vaststellen van het saldobedrag. Vanaf 2010 geldt dit alleen voor de niet afgetrokken premies tot maximaal € 2.269 per jaar.

Voorbeeld

Belastingplichtige X heeft in 2001 een lijfrente afgesloten. Jaarlijks betaalt hij € 5.000 aan premie. Het eerste jaar heeft hij de gehele premie als lijfrente premie van zijn inkomen in aftrek kunnen brengen. In de jaren daarna tot en met 2005 kon hij slechts € 2.000 aftrekken en dit daalde tot € 1.000 voor de periode 2006 tot en met 2009. Vanaf 2010 trekt belastingplichtige X € 3.000 als lijfrente premie af.

In 2020 wil belastingplichtige X de lijfrente, tegen het advies van zijn verzekeringsadviseur in, afkopen. Op dat moment heeft belastingplichtige X € 100.000 aan premies betaald en bedraagt de afkoopwaarde € 113.200. Belastingplichtige X wil graag weten wat de fiscale gevolgen zijn van de afkoop en op welk deel van de uitkering de saldomethode van toepassing is.

De onbeperkte saldomethode geldt voor niet afgetrokken premies die zijn betaald tussen 2001 en 2010. Daarna geldt de beperkte saldomethode voor niet afgetrokken premies tot maximaal
€ 2.269 per jaar. Voor belastingplichtige X leidt dit tot het totaal aan niet afgetrokken premies waarop de saldomethode van toepassing van € 50.000. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

  • periode 2002 tot en met 2005: 4 x € 3.000 = € 12.000 (onbeperkte saldomethode van toepassing)
  • periode 2006 tot en met 2009: 4 x € 4.000 = € 16.000 (onbeperkte saldomethode van toepassing)
  • periode 2010 tot en met 2020: 11 x € 2.000 = € 22.000 (beperkte saldomethode van toepassing)

Hieruit volgt dat belastingplichtige X in totaal € 50.000 aan premies heeft betaald die hij als lijfrentepremie in aftrek heeft gebracht. Als we gemakshalve ervan uitgaan dat de afkoopwaarde van de lijfrente voor 50% bestaat uit kapitaal dat is opgebouwd met afgetrokken premies en voor 50% uit kapitaal dat is opgebouwd met premies waarop de saldomethode van toepassing is, dan kan belastingplichtige X € 50.000 van de afkoopwaarde onbelast ontvangen. Over het restant, zijnde € 63.200, moet hij progressief afrekenen.

In verband met de afkoop is belastingplichtige X eveneens revisierente verschuldigd.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

nieuws