De Hoge Raad heeft onlangs uitgemaakt dat de bijtelling voor privé -gebruik auto niet van toepassing is op de bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen.
Een onderneemster drijft samen met haar echtgenoot een vennootschap onder firma. De VOF handelt in bloemen. De VOF beschikte in 2002 over een bestelauto die de vennoten ook privé konden gebruiken. In de bestuurderscabine van de bestelauto zit een stoel voor een bijrijder. In het goederencompartiment van bestelauto’s waren, voor het vervoer van bloemen en planten, vaste stellages bevestigd. Volgens de onderneemster heeft de inspecteur ten onrechte de bijtelling privé -gebruik auto toegepast. Hof Den Bosch oordeelde dat de bijtelling voor privé -gebruik auto niet van toepassing is op een bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. Dat was hier het geval. Het gegeven dat er een tweede stoel in de bestuurderscabine aanwezig is, bestemd voor de bijrijder of hulp bij het laden en lossen van bloemen en planten, maakt volgens het Hof niet dat geen sprake meer is van een auto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Volgens de Hoge Raad geeft het oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak.