Het door staatssecretaris De Jager gelanceerde voorstel voor een 300% vergrijpboete voor belastingplichtigen die box 3-inkomen in het buitenland buiten het zicht van de fiscus houden, is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen. In de vijfde nota van wijziging op dit wetsvoorstel, dat ooit is ingediend als wetsvoorstel voor invoering van het depotstelsel, maar eerder dit jaar is uitgebreid met de door het kabinet voorgestelde fiscale stimuleringsmaatregelen, is een vergrijpboete van maximaal 300% van de verschuldigde belasting opgenomen over niet aangegeven box 3-inkomen. De boete geldt alleen voor vergrijpen begaan na inwerkingtreden van het wetsvoorstel. De boete kan dus niet worden opgelegd op vergrijpen van voor die datum.
Achtergrond van het voorstel is het tegengaan van belastingontduiking. Volgens het kabinet staat de huidige boete van maximaal 100% van de verschuldigde belasting niet in verhouding tot de ernst van het beboetbare feit. De voorgestelde verhoging van de boete wordt beperkt tot het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3-inkomen). Geen onderscheid wordt gemaakt tussen box 3-inkomen dat in het buitenland of in Nederland is opgekomen. Voor de beperking tot box 3-inkomen voert de staatssecretaris aan dat dit inkomen relatief eenvoudig buiten het zicht van de Belastingdienst is te houden. De verhoging van de boete betekent dat het maximum bedrag aan heffing en boete 120% van het fictief rendement zal bedragen. Dit komt neer op 4,8% van de gemiddelde rendementsgrondslag (1,2% van de gemiddelde rendementgrondslag plus een maximale vergrijpboete van 3,6%).