nieuws

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst gewijzigd

januari 2009

Met ingang van 1 januari 2009 is het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst integraal herzien. Het besluit geeft aan óf – en zo ja in welke gevallen – de Belastingdienst een verzuim- of een vergrijpboete oplegt. De integrale herziening houdt verband met een versoepeling, vereenvoudiging en modernisering van het boetebeleid.

Een aantal voorgeschreven bedragen voor de boetes bij aangifteverzuim is gewijzigd. Aangifteverzuim houdt voor vrijwel alle belastingen in dat niet, of niet binnen de voorgeschreven termijn, de vereiste aangifte is gedaan. Verder is in het herziene besluit de oude ‘verzuimenreeks’ bij aangifteverzuim komen te vervallen. In het nieuwe besluit is de hoogte van de verzuimboete niet meer afhankelijk van een vaste afgebakende tijdsperiode. Het aantal malen dat men eerder in verzuim was, kan evenwel nog wel een rol spelen bij het vaststellen van de hoogte van de verzuimboete. De verzuimboetes bedragen nu een percentage van het wettelijk maximum van artikel 67a AWR, te weten € 1.134 (2008).

Aangifteverzuimboete aanslagbelasting

De verzuimboete bij een aangifteverzuim in een aanslagbelasting (zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting) bedraagt in beginsel 20% van het wettelijk maximum. Bij een aangifteverzuim bij de vennootschapsbelasting bedraagt de verzuimboete in beginsel 50% van het wettelijk maximum. De inspecteur kan de boete in uitzonderlijke gevallen vaststellen tot het wettelijk maximum. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn bij een ‘stelselmatig verzuim’. De inspecteur legt bij een eerste aangifteverzuim niet altijd een boete op. Bij het niet of niet binnen de termijn doen van aangifte voor de aanslagbelastingen is alleen sprake van een verzuim, indien men de aangifte niet binnen een door de inspecteur gestelde termijn heeft gedaan én men geen gevolg heeft gegeven aan een aanmaning van de inspecteur.

Aangifteverzuimboete in de omzetbelasting

Bij een aangifteverzuim in de omzetbelasting wordt in beginsel een verzuimboete van 50% van het wettelijk maximum opgelegd. Het niet, of niet binnen de termijn, doen van aangifte voor een aangiftebelasting wordt aangemerkt als een aangifteverzuim. Is aangifte gedaan binnen zeven dagen na afloop van de wettelijke aangiftetermijn, dan legt de inspecteur geen verzuimboete op. De inspecteur kan de boete in uitzonderlijke gevallen vaststellen tot het wettelijk maximum. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn bij een ‘stelselmatig verzuim’.

Aangifteverzuimboete in de loonbelasting

Bij een aangifteverzuim in de loonbelasting wordt in beginsel een verzuimboete opgelegd van 5% van het wettelijk maximum. Onder aangifteverzuim wordt hierbij verstaan: het niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig aangifte doen voor de loonbelasting. Is aangifte gedaan binnen zeven dagen na afloop van de wettelijke aangiftetermijn, dan legt de inspecteur geen verzuimboete op. De inspecteur kan de boete in uitzonderlijke gevallen vaststellen tot het wettelijk maximum. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn bij een ‘stelselmatig verzuim’. Volgens het besluit zal de Belastingdienst met het opleggen van een verzuimboete voor het onjuist of onvolledig aangifte doen terughoudend omgaan.

Betalingsverzuimboete

Voor een betalingsverzuim in het (periodieke) betalingspatroon wordt in beginsel een boete van 2% van de niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting opgelegd tot het wettelijk maximum. Het betalingsverzuim wordt doorgaans geconstateerd door een geautomatiseerde vergelijking van de aangifte met de betalingen. Minimale boete is € 50 en als binnen 7 dagen na afloop van de wettelijke betalingstermijn wordt betaald, legt de inspecteur alleen een betalingsverzuimboete op als de belastingplichtige in het voorafgaande tijdvak voor dezelfde belastingsoort in verzuim is geweest. Anders volgt alleen een verzuimmededeling. Voor de loonheffingen geldt tot 1 januari 2010 een uitzondering: de boete wordt niet automatisch opgehoogd tot het minimum van € 50 en er wordt een langere coulanceperiode gehanteerd dan 7 dagen. De datum van dagtekening van de naheffingsaanslag markeert het einde van de coulanceperiode.

Verzuimboete aangiftebelasting bij onjuistheden

In situaties waarin niet in het kader van het periodieke betalingspatroon maar pas naderhand is geconstateerd dat de belasting niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn is afgedragen of voldaan, omdat er te weinig belasting is aangegeven, wordt een verzuimboete van 10% van het wettelijk maximum opgelegd.

Vrijwillige verbetering

Bij een vrijwillige verbetering wordt geen vergrijpboete opgelegd. Er wordt bij een vrijwillige boete geen verzuimboete opgelegd als het totale belastingbedrag dat alsnog wordt betaald, minder bedraagt dan € 20.000. In overige gevallen legt de inspecteur een verzuimboete op van 5% van het wettelijk maximum.

Redelijke termijn

Een andere wijziging betreft de vermindering van de boete bij overschrijding van de redelijke termijn van de behandelingsduur van het daartegen ingestelde bezwaar en beroep. Voor de mogelijke verminderingen van de boete als gevolg van overschrijding van de redelijke termijn heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 17 juni 2008 nadere regels gegeven. Het besluit schrijft nu voor dat de inspecteur bij de verminderingen op grond van de overschrijding van de redelijke termijn deze regels hanteert.

Inwerkingtreding besluit

Het besluit is op 1 januari 2009 in werking getreden en is voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting al van toepassing op aangiften over het belastingjaar/boekjaar 2008. Voor de omzetbelasting is het besluit van toepassing op aangiften en betalingen die betrekking hebben op tijdvakken die eindigen op of na 1 april 2009.

nieuws