Voor de boekwinsten die u heeft behaald met het verkopen van bedrijfsmiddelen, kunt u onder voorwaarden een herinvesteringsreserve vormen. Met de herinvesteringsreserve verkrijgt u uitstel van belastingheffing over de boekwinst. Eén van de voorwaarden voor het vormen van een herinvesteringsreserve per einde van het boekjaar is dat u een voornemen moet hebben tot herinvestering van de opbrengst. Dit aspect kwam in een recent verschenen arrest van de Hoge Raad aan de orde. De zaak was als volgt.
Een ondernemer had in 2002 een pand verkocht. In maart 2004 was hij een verplichting aangegaan met betrekking tot een schip waardoor hij (op dat moment) geen financieringsruimte meer had om een vervangend pand te verwerven. De ondernemer kocht naderhand toch een vervangend pand. Bij de aanslagregeling over 2002 rees een geschil over de herinvesteringsreserve en meer in het bijzonder over de vraag of de ondernemer ultimo 2002 een herinvesteringsvoornemen zou hebben. Hof Amsterdam vond dat de ondernemer dit voornemen niet aannemelijk had gemaakt en achtte de (financieel krappe) situatie van 2004 daarbij mede van belang.
Dat was onjuist, zo oordeelde de Hoge Raad. Voor de vorming van een herinvesteringsreserve in 2002 is immers beslissend of de ondernemer op 31 december 2002 een voornemen tot herinvestering had. Het hof had niet gemotiveerd waarom de in 2004 aangegane verplichting met betrekking tot het schip niet te rijmen valt met het herinvesteringsvoornemen per ultimo 2002. De Hoge Raad heeft de zaak voor verder onderzoek naar het herinvesteringsvoornemen verwezen naar Hof Den Haag.
Bron: Hoge Raad, 22 juni 2007, nr. 42774.