nieuws

Kabinet vereenvoudigt regels auto van de zaak

november 2005

Een werknemer die minder dan 500 km privé in een auto van de werkgever rijdt, kan belastingheffing voorkomen door vooraf een “verklaring geen privé-gebruik” aan de Belastingdienst te overhandigen. De werkgever hoeft dan geen loonbelasting over het privé-gebruik van de auto van de zaak meer namens de werknemer in te houden. Met de verklaring is de werkgever gevrijwaard van zijn verantwoordelijkheid van de afdracht van loonbelasting over privé-gebruik van de auto van de zaak. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Wijn van Financiën ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van een daartoe strekkende nota van wijziging op het Belastingplan 2006.

Met ingang van 2006 zal de belasting over privé-gebruik van de auto van de zaak maandelijks worden betaald in de loonbelasting. Tevens is besloten om geen sociale premies (WW, WAO) en zorgpremie over het privé-gebruik te heffen. Het is niet altijd mogelijk dat de inspecteur op een verzoek om een verklaring beslist voordat een auto aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Daarom komt er een tegemoetkoming. Een werkgever mag op basis van een kopie van een verzoek om een verklaring gedurende maximaal drie maanden beschouwen als een verklaring. Als de verklaring niet (meer) juist is, moet de werknemer actie ondernemen. Hij moet een “verzoek tot intrekking” zo spoedig mogelijk indienen zodra hij de auto in het betreffende kalenderjaar voor meer dan 500 km voor privé-doeleinden heeft gebruikt. De verklaring blijft geldig zolang de werknemer minder dan 500 km per kalenderjaar blijft rijden, dus ook als de auto van de zaak wordt vervangen. De werknemer kan de verklaring eventueel meenemen naar een nieuwe werkgever.

Werkgevers zijn overigens niet verplicht om de verklaring toe te passen om inkomensbijtelling wegens privé-gebruik van de auto van de zaak achterwege te kunnen laten. Het is mogelijk om met de inspecteur hierover afspraken te maken als maar op enige wijze blijkt dat het privé-gebruik op kalenderjaarbasis niet meer bedraagt dan 500 km.

Wat betreft de belasting- en premieheffing rond de verklaring geldt het volgende:

  • Een naheffingsaanslag vanwege een ten onrechte gebruikte verklaring wordt aan de werknemer opgelegd en niet aan de werkgever. Voor deze naheffingsaanslag gelden de normale regels voor vergrijpboeten. Dit houdt in dat indien het aan opzet van de werknemer is te wijten dat de autokostenfictie ten onrechte niet is toegepast, een boete kan worden opgelegd van in beginsel 50% van het na te heffen bedrag.
  • Een naheffingsaanslag (wegens ten onrechte niet toegepaste autokostenfictie) met betrekking tot de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet wordt ook aan de werknemer opgelegd. Een werkgever is echter niet verplicht om een tegemoetkoming voor de Zorgverzekeringswet te betalen over het nageheven loon volgens deze naheffingsaanslag. In ons nieuwsbericht van 23 mei 2005 hebben we de hoofdlijnen weergegeven van de op 1 januari 2006 in werking tredende Zorgverzekeringswet.

nieuws